Laatste nieuws

Spelregels petanque in een notendop

Spelregels petanque in een notendop

 petanque

Het team dat de toss heeft gewonnen, zoekt een terrein uit, maakt een cirkel met een diameter van minimaal 35 centimeter en maximaal 50 centimeter.

Vanuit de werpcirkel mag een speler van dit team het kleine houten balletje (ook wel but of cochonnet genoemd) op een afstand van ten minste 6 meter en ten hoogste 10 meter uitwerpen.

Uit het team dat deze voorbereidingen heeft getroffen probeert een speler een boule zo strategisch mogelijk bij het but te plaatsen. De speler die het but uitwerpt, hoeft dus niet als eerste te spelen, het mag ook een medespeler zijn.

Het werpen gebeurt vanuit de werpcirkel, waarbij de voeten contact met de grond moeten houden als er wordt gegooid. Verder moet de speler die een boule speelt er goed op letten, dat hij tijdens de worp binnen de cirkel blijft.
Voordat de boule de grond of een andere boule heeft geraakt, mag de speler niet uit de cirkel komen. Beide voeten dienen contact met de grond te houden.

Nu komt de tegenpartij aan de beurt, die gaat proberen een boule dichter bij het but te werpen. Dit kan door een boule beter te plaatsen of door de boule die op punt ligt weg te spelen, bijvoorbeeld door deze boule weg te schieten.

Lukt dit niet, dan moet een nieuwe poging ondernomen worden. Dit kan zo doorgaan, totdat alle boules van één team zijn gespeeld. In dit geval heeft het andere team vijf boules over die nog gespeeld kunnen worden en een kans maken voor een hogere score.

Lukt het de tegenpartij wel een boule dichter bij het but te werpen, dan is het eerste team weer aan de beurt.

Je zou dus kunnen zeggen dat je moet spelen (behalve bij aanvang van een werpronde) wanneer het andere team op punt ligt of als het andere team geen boules meer heeft.

Als alle boules van beide teams zijn gespeeld, wordt er gekeken hoeveel punten er zijn gescoord. Iedere boule die beter ligt dan de dichtstbijzijnde boule van de tegenpartij levert één punt op. Een winnend team kan per werpronde minimaal 1 punt en maximaal 6 punten scoren.

Het team dat de voorgaande werpronde heeft gewonnen, mag de nieuwe werpronde beginnen. Er wordt een nieuwe werpcirkel getrokken op de plaats waar het but het laatst lag.

Het team dat als eerste 13 punten bereikt, terwijl de tegenstander geen boules meer heeft te spelen, is winnaar.