Over trimmers, korte broeken en uitdagingen

Er zijn van die trainingsavonden dat een onderwerp voor een column je zo voor je voeten geworpen wordt. Zoals vanavond, de eerste dag van de lente. Overdag prachtig zonnig weer, een harde wind maar toch nog bijna 20 graden, de zomer lonkt. Om 7 uur 's avonds wordt het donker, geen zon meer te bekennen, de temperatuur daalt snel en met een nog steeds harde wind voelt het al snel koud aan. Tegen  8 uur was het volgens teletekstpagina nog slechts 12 graden, en met die wind wordt alle aanwezige warmte weggeblazen. Maar bij Zaanland is het  korte broekenfestival, kennelijk omdat het een paar uur eerder nog zo mooi was, een vreemd verschijnsel. Echte atletiektrainers sturen je dan terug naar de kleedkamer om een lange broek aan te trekken, de kans op een blessure is gewoon veel groter. "Je moet niet zo zeuren" krijg je dan te horen, "je moet het positief benaderen". Wat een gelul, hetzelfde als dat je momenteel niet meer mag zeggen dat je een probleem hebt. De computer weigert, je huissleutel breekt af als je hem in het slot steekt, de auto start niet meer, nee, het is geen probleem, het is een uitdaging. Weer een of andere managementgoeroe heeft dit bedacht, we hebben geen problemen meer, het zijn allemaal "uitdagingen!" Zelden slapper geklets gehoord, maar we moeten vooral positief blijven.

Nog even, trimmers en atleten, bij temperaturen van ruwweg onder de 16, 17 graden kun je beter gewoon een trainingsbroek aanhouden, scheelt blessures. Dat zijn van die tips, net zoals die dat je als je je uit de naad gelopen hebt op bijvoorbeeld een 10 mijl je ook een paar dagen geen tempo's moet doen. Dat lijf moet die afvalstoffen kwijt die het opgelopen heeft. Elke trainer met verstand en elke fysioloog kan je dat uitleggen, luister nou eens naar ome Ruud.