Atletiek, wellicht de oudste sport ter wereld

Wat is atletiek

Atletiek is niet alleen de oudste sport ter wereld, maar ook de meest veelzijdige. Er bestaan maar liefst 24 olympische atletiekonderdelen!

Welke onderdelen dat zijn, hoe ze worden gedaan en wat je daarvoor moet kunnen, kun je op deze pagina vinden. Hier vind je ook een stukje geschiedenis, informatie over de verschillende groepen die aan atletiek doen en als je na het lezen nieuwsgierig bent geworden en eens atletiek 'in het echt' wilt zien, of als je het eens zelf wilt proberen, dan ben je van harte welkom op de baan.
(bron: Nederlandse AtletiekUnie)

Wat ga ik als jeugdlid leren en doen?

- lopen

- verspringen

- balgooien  (speerwerpen)

- kogelstoten

- hoogspringen

 

Geschiedenis
 
Atletiek is, samen met zwemmen, de oudste sport van de mensheid. Voor de oerbewoners, die nog rondliepen in dierenvellen, waren lopen, springen en werpen heel belangrijk. Zij leefden namelijk van de jacht. Zij moesten hun prooi zien te raken met een steen of werpspies. Soms moesten ze het dier lang achtervolgen. En dan kwam het ook vaak voor dat ze over een beek, bergkloof of boomstam moesten springen. 
 
Scherpe ogen, een vaste hand en een sterk, lenig lichaam waren voor hen onmisbaar. Niet alleen voor het verzamelen van voedsel, maar ook voor hun veiligheid. Vooral als ze oorlog voerden met vijandige stammen. Hard lopen, goed springen en met kracht werpen waren dus nodig om in leven te kunnen blijven. 
 
Er zijn in grotten en holen heel wat wandschilderingen gevonden waarop hardlopende en speerwerpende voorouders staan afgebeeld. Sommige schilderingen zijn meer dan tienduizend jaar oud.
 
Olympische Spelen 
Olympische ringen
Deze eenvoudige jagers hielden geen wedstrijden. Men kan dus eigenlijk nog niet van een 'sport' spreken. Dat was wel het geval bij de oude Grieken. Ongeveer duizend jaar vóór Christus werden op het eiland Kreta wedstrijden gehouden tussen jonge mannen. Zij moesten over een levende stier springen. Dat zijn de eerste wedstrijden die wij kennen. 
 
De atletiek bloeide geweldig op door de Olympische Spelen. Die werden om de vier jaar gehouden in de omgeving van de stad Olympia, voor het eerst in het jaar 776 vóór Christus. Jonge mannen uit heel Griekenland namen daaraan deel. Speerwerpen, discuswerpen en hardlopen waren de belangrijkste onderdelen.
 
 
Panathenaesche Spelen van 566 v Chr
 
 
De atleten bereidden zich goed voor op de wedstrijden. Want de lauwerkrans ('de eerste prijs') die de winnaars op het hoofd gedrukt kregen, betekende roem en eer. De overwinnaars werden bijna als goden vereerd. Als ze thuiskwamen, wachtte hen een triomfantelijke intocht. 
 
Na de Griekse en Romeinse tijd werd er in Europa geen atletiek meer beoefend. Pas in de vorige eeuw kwam er weer belangstelling voor. In 1896 werden in Athene de moderne Olympische Spelen gehouden. Dat was een idee van de jonge Fransman Pierre de Coubertin.
 
100 meter in Athene 1896
 
Hij wilde daardoor de volkeren dichter bij elkaar brengen. Hij zei altijd: 'Meedoen is belangrijker dan winnen'. Nog altijd worden deze spelen om de vier jaar georganiseerd. 
rolstoelatleet 
Vanaf 1948 zijn er ook wedstrijden voor gehandicapte sporters, vanaf 1960 Paralympische Spelen genoemd. Voor meer informatie: www.paralympic.org
 
 
Atletiekonderdelen
 
De atletiek kent een aantal onderdelen, te weten de loop-, spring- en werponderdelen. Daarnaast zijn er de meerkamp en kan onderscheid worden gemaakt in in- en outdoor, wegatletiek, de ultralopen, het sportief wandelen en het Nordic walking. In de menubalk links kun je de verschillende onderdelen vinden.
 
Een belangrijk onderscheid is nog dat in baanatletiek en loopnummers. Als wordt gesproken over baanatletiek, dan gaat het eigenlijk altijd over de spring- en werpnummers en over een aantal loopnummers, namelijk de sprint, de middenlange afstanden, de hordenafstanden, de estafettes, het snelwandelen en de steeple chase. Ook de meerkamp valt onder de baanatletiek. De lange afstanden, de ultralopen, het wandelen en Nordic walking vinden niet op de baan plaats.
 
Looponderdelen
 
Weinig evenementen brengen tijdens atletiekwedstrijden zoveel spanning en sfeer in een stadion als de looponderdelen; met name als topatleten voor een volle tribune een nek aan nekrace lopen en de wedstrijd in de laatste meters moet worden beslist. 
 
Lopen is ook een van de meest basic onderdelen in de atletiek. Over de hele wereld is men bekend met dit onderdeel van de atletiek en de historie van het lopen is bijna zo oud als de mens zelf. Het is ook het lopen dat de basis vormt voor veel andere sporten. De atletiek dankt mede hieraan haar complimenteuze titel 'moeder aller sporten'. 
 
Tijdens de wereldkampioenschappen in Berlijn (2009) stonden er maar liefst 29 loopnummers op het programma; kort, lang, met of zonder hindernissen. Voor elk onderdeel wordt in verschillende mate een beroep gedaan op kracht, snelheid, explosiviteit, souplesse, uithoudingsvermogen en technisch vaardigheden van de atleet. 
 
Binnen de looponderdelen op de baan kan een onderscheid worden aangebracht in de volgende onderdelen: 
 
Sprint 
sprint
100m, 200m en 400m
 
Sprinters hebben moeten beschikken over een stuk explosiviteit om vanuit stilstand in een startblok zo snel mogelijk op volle snelheid te komen. Die snelheid moeten zij gedurende de race weten vast te houden. De 100m is het meest aansprekende looponderdeel. De korte duur van het onderdeel, de persoonlijkheden en de snelheid van de atleten maken dit onderdeel favoriet bij het publiek. 
 
Midden afstand 
800m, 1000m, 1500m, 1 Engelse mijl en 2000m
 
Midden afstandlopers combineren uithoudingsvermogen met een hoge snelheid, taaiheid en kracht. Omdat de atleten niet in een eigen baan lopen is de uitgangspositie in de eindfase van de wedstrijd van groot belang voor de overwinning. Een goede midden afstandloper moet dus ook slim en tactisch zijn. 
 
Lange afstand 
3000m, 5000m, 10.000m en 1 uur 
 
Lange afstandlopers hebben vooral een bijzonder groot uithoudingsvermogen nodig, gecombineerd met een goede technische loopstijl en om te winnen; een goede strategie. De lange afstandlopers leggen de rondjes slechts een paar seconden langzamer af dan de sprinters maar weten dit wel veel langer vol te houden. Ook in de voorbereidende training van een lange afstand atleet worden heel wat kilometers afgelegd. 
 
Horden 
100m (vrouwen), 110m (mannen) en 400m 
 
De hordeloop is een combinatie van een loop en een springonderdeel. De lopers komen tijdens hun sprint op regelmatige afstanden een horde tegen. Bij de mannen (110m) is de hoogte van dit obstakel 106,7cm, bij de vrouwen, over 100m: 84cm. Bij een wedstrijd over 400m worden de hordes lager gezet. De hordes kunnen tijdens de race omver worden gelopen, maar de loper zal dit liever vermijden omdat dit onherroepelijk ten koste gaat van de snelheid. 
 
Estafettes 
4x100m, 4x200m, 4x400m, 4x800m en 4x1500m (mannen)
 
De estafette is het teamonderdeel binnen de atletiek. Vaak worden de estafettes aan het eind van een kampioenschap gehouden en vormt dit een van de hoogtepunten voor een atletiekploeg. Naast hun snelle race moeten de atleten op volle snelheid een estafettestokje kunnen doorgeven binnen een vastgesteld wisselvak. Een estafetteploeg op de baan bestaat uit vier personen. De afstanden waarover de estafette plaatsvindt kunnen (bij de senioren) variëren van 4x100m tot 4x1500m
 
Steeple chase 
2000m (vrouwen) en 3000m (mannen)
 
De steeplechase is ontstaan vanuit de paardrijsport. Het hindernisparcours met houten balken en per ronde een waterbak levert vaak spectaculaire beelden op. Naast uithoudingsvermogen is ook de coördinatie van de atleet van groot belang; en dat wordt tegen het einde van de wedstrijd nogal eens een probleem. De mannen lopen de wedstrijd over 3000m, bij de vrouwen is de officiële afstand 2000m.
 
Snelwandelen 
Het snelwandelen is al sinds jaar en dag een onderdeel van de atletiek. Sinds 1908 maakt het onderdeel uit van het programma van de Olympische Spelen. Toch is het aantal snelwandelaars beperkt gebleven. In Nederland zijn zo’n 100 snelwandelaars actief. Sommige snelwandelaars komen uit de wandelsport. Vanuit het (sportieve) wandelen zoeken ze een grotere uitdaging en die vinden ze in het sneller wandelen (snelwandelen) of het wandelen van langere afstanden (lange afstand wandelen). Andere snelwandelaars hebben een atletiek-achtergrond. Vanuit de jeugdatletiek specialiseren zij zich in het snelwandelen of ze stappen over van bijvoorbeeld het midden afstandlopen of lange afstandlopen naar het snelwandelen.
 
Springonderdelen
 
Het springen is opgesplitst in vier verschillende onderdelen die zowel door mannen als vrouwen worden beoefend:
 
Verspringen
Verspringen is een atletiekonderdeel met weinig hulpmiddelen; een aanloop, de afzetbalk en de zandbak. De basisprincipes; loop zo hard als je kan en zet deze snelheid met een explosieve afzet om in een vlucht door de lucht. Verspringers zijn op de atletiekbanen vaak de snelste en meest explosieve atleten. Een combinatie met de sprintonderdelen komt dan ook vaak voor. Met wereldrecords van bijna 9 meter bij de mannen en tegen de 8 meter bij de vrouwen kun je bijna spreken van de vliegende atleten. 
Lees verder
 
Hoogspringen
hoogspringen
Er zijn de afgelopen eeuwen veel verschillende technieken gebruikt om over de hoogspringlat te springen; de schaar, voeten eerst, de western role en de straddle. De flop, een sprong waarmee je rugwaarts over de lat springt, werd geïntroduceerd in 1968, tegelijk met de introductie van een landingsmat. Deze techniek wordt eigenlijk sinds 1978 door alle top-hoogspringers gebruikt. 
Lees verder
 
Polsstokhoogspringen
Ook wel het meest acrobatische atletiekonderdeel genoemd. In 1999 is dit onderdeel voor het eerst aan het vrouwenprogramma toegevoegd tijdens de wereldkampioenschappen in Sevilla. Het is daarom niet vreemd dat er bij de vrouwen een flinke progressie te zien is in het wereldrecord over de afgelopen jaren. Bij de mannen is al over een hoogte van zes meter gesprongen; vergelijkbaar met een gebouw van twee verdiepingen. 
Lees verder
 
Hinkstapspringen
Hinkstapspringen lijkt misschien wel wat op het verspringen, toch blijkt het onderdeel vaak zijn eigen specialisten te hebben. Het is en technisch lastig onderdeel dat veel vergt van de kracht, snelheid en coördinatievermogen van een atleet. Zowel de hink, de stap als de sprong kennen een techniek die kort na elkaar zo goed mogelijk moeten worden uitgevoerd
 
Werponderdelen
 
Ook het werpen is onderverdeeld in vier aparte onderdelen:
 
Kogelstoten
Kogelstoters staan in hun uitgangspositie met hun rug naar de werprichting. Ze maken een aanglijbeweging binnen de cirkel of gebruiken (steeds vaker) een draaitechniek om vervolgens de kogel vanuit hun nek weg te stoten. De sterkste stoters weten de ruim 7,25kg wegende kogel over een afstand van 23 meter te stoten. Van oorsprong, in de 19e eeuw werd en vierkant gewicht gebruikt. 
Discuswerpen
dicuswerpen
De discuswerper is wijd bekend als het symbool van de oude Griekse spelen, zo'n 708 jaar voor Christus. Het is nog een hele kunst om de ufo-gevormde discus op de juiste manier weg te werpen na anderhalve draai in de discusring. Techniek, kracht en een goede controle over het lichaam zijn voorwaarden om in dit onderdeel uit te blinken. 
Kogelslingeren
De kogelslingeraar draait minstens twee maal met zijn kogel door de ring voordat het projectiel, een ijzeren kogel aan een staaldraad, wordt gelanceerd. Tot 1999 vond men dit geen onderdeel voor vrouwen tijdens wereldkampioenschappen. De kracht en geweld van dit nummer maken dit onderdeel tot een spectaculaire gebeurtenis. Toch wordt het onderdeel vaak vòòr alle andere onderwerpen gepland om ongelukken te voorkomen.
 
Speerwerpen
Bij het onderdeel speerwerpen wordt een aanloopstrook gebruikt om snelheid te ontwikkelen voordat de speer bovenhands wordt weggeworpen. Het veld waarop de speer wordt gegooid moet tijdens de wedstrijd worden vrijgehouden om ongelukken te voorkomen. 
Bijzondere onderdelen
 
Bijna alle atleten beoefenen één onderdeel van de atletiek. Daarin proberen zij het allerhoogste te bereiken. Maar er zijn ook superatleten, die schitterende resultaten weten te behalen op veel meer onderdelen.
 
  • De tienkamp voor mannen (officieel meerkamp genoemd)
Voor de mannen bestaat de meerkamp uit (niet minder dan) tien onderdelen die in twee opeenvolgende dagen moeten worden afgewerkt. De eerste dag moeten ze 100m hardlopen, verspringen, kogelstoten, hoogspringen en 400m hardlopen. 
De tweede dag bestaat uit 110m hordenloop, discuswerpen, polsstokhoogspringen, speerwerpen en 1500m hardlopen. Voor elk onderdeel kunnen punten worden behaald. Hoe beter je prestatie, hoe meer punten je krijgt. Wie het hoogste aantal punten behaalt, is winnaar.
 
  • Zevenkamp voor vrouwen (officieel meerkamp genoemd)
Voor de vrouwen is er de zevenkamp. Net als bij de mannen zijn de onderdelen verdeeld over twee dagen. 
Op de eerste dag staan op het programma: 100m horden, hoogspringen, kogelstoten en de 200m. De tweede dag bestaat uit: verspringen, speerwerpen en een 800m. Ook hier geldt dat hoe beter je prestaties zijn, hoe meer punten je krijgt.
 
  • Ultralopen
Van ultralopen is sprake als er een afstand wordt gelopen die langer is dan de marathon (42.195m). Standaard afstanden van de ultramarathon zijn 50km, 100km, 100 mijl en 1000 mijl. Standaard tijdsduur van de tijdlopen zijn 6, 12, 24 en 48 uur en 6 dagen.
 
  • Sportief Wandelen
Sportief wandelen is stevig wandelen met vrije armbewegingen. Het is een makkelijke manier om iets aan je fitheid en conditie te doen. Je kunt het op iedere leeftijd doen. Wil je meer weten over sportief wandelen, kijk dan op http://www.atletiekunie.nl/index.php?page=14
 
  • Nordic Walking
nordic walking
Dit 'lopen met stokken' is een intensieve manier om je lichaam te trainen tijdens het lopen. Door het gebruik van de juiste techniek en goede stokken kun je conditie en uithoudingsvermogen verbeteren. Wil je meer weten over Nordic walking, kijk dan op http://www.atletiekunie.nl/index.php?page=9