Rondje Schiphol: mag het een paar kilometer meer zijn?

Het Zomercarnaval gaat niet door. Het Welcome to the Future-festival is afgelast. Tientallen vluchten zijn gecancelled. En dat allemaal vanwege de naderende zomerstorm. Maar die begint vanmiddag pas, en dus hebben we een permisson to take off gekregen van interim-luchtverkeersleidert Carmody. En in al ons enthousiasme lopen we nog aardig wat kilometers te veel ook.

Van de zomerstorm die later op de dag voor zo’n 13 miljoen euro aan schade zal opleveren, is op deze zaterdagmorgen weinig méér te merken dan een langzaam aantrekkende bries. Na de rek en strek bij de aardappelhandel begeven we ons richting landingsbaan. De in strak tempo aankomende vliegtuigen (‘bukken!’) worden door de piloten met speels gemak op de landingsbaan naast ons gezet. Zelfs de vliegtuigspotter-met-belachelijk-dikke-camera-plus-idioot-grote-microfoon die we onderweg tegenkomen, kijkt een beetje verveeld. Op het echte spektakel moet hij nog even een paar uurtjes wachten, maar dan heeft ‘ie ook wat.

Wij laten het vliegtuiglawaai al snel achter ons, en lopen de verrassend groene en weidse polder in, waar we nog wat close encounters beleven met loslopende koeien en schapen. Simon ontwaart als eerste het trekpontje in de vaart naast ons dat leidt naar het Haarlemmer Bos aan de overkant. Volgens het waarschuwingsbord kunnen er maximaal 3 personen op de pont, ‘maar dat staat natuurlijk gelijk aan ongeveer tweemaal zoveel afgetrainde lopers’, concluderen we. Terwijl zeven atleten de biceps laten rollen en de pont naar de overkant trekken, loopt een klein (minder afgetraind?) groepje door naar de verderop gelegen brug. Na een minuut of vijf zijn we weer met elkaar herenigd, droog en ongeschonden.

Ondertussen wordt het tempo nog maar eens opgeschroefd, tot we bij een kruising komen. Daar zien we voor het eerst de wazige blik in de ogen van de luchtverkeersleidert die verraadt dat hij even niet meer precies weet of we nog wel goed lopen. Na een enigszins overtuigend ‘Ja, hier moeten we heen’, zit de snelheid er meteen weer goed in. We ruiken de stal, waar die ook precies wezen moge.

Een paar kilometer later weten we echt zeker dat we goed zitten - een paar van ons herkennen de straatnaam Kromme Spieringweg van de warming-up aan het begin (‘de Korte Spierenweg, toch?’ aldus Jan de B). De weg blijkt aanzienlijk langer dan verwacht, maar dan gloort aan het einde dan toch de piepersboer waar we de rek en strek hebben uitgevoerd. Vanaf hier is het nog anderhalve kilometer, een mooie overzichtelijke afstand om er nog maar eens een laatste versnelling in te gooien voordat we de definitieve daling inzetten. Als we bij de auto’s geland zijn, tikt de Garmin precies de 19,00 kilometer aan. Een extra koekje hebben we wel verdiend!